www.elsketelindert.nl
Welkom arrow + De orgels van Dinxperlo
Sunday, 05 September 2010
Main Menu
Welkom
CV
Organist
+ De orgels van Dinxperlo
Dirigent
Sopraan
Componist
Musical
Agenda
Contact
Links
+ De orgels van Dinxperlo




Het Naberorgel in de Dorpskerk

 

 

Naberorgel Dorpskerk Dinxperlo

 

 

De geschiedenis van het orgel in de Dorpskerk van Dinxperlo begint niet ter plaatse. In de notulen van de kerkenraad van 14 april 1716 wordt vermeld, dat aan kerkmeester Jan ten Grootenhuys en de voogt Nicolaus ten Grootenhuys wordt opgedragen zich, met een niet nader genoemde orgelbouwer, te begeven naar “Rhijnberck” bij Wesel, om het orgel aldaar te bezichtigen en zo mogelijk te kopen. De gevraagde prijs was 800 gulden. OP 4 mei dan hetzelfde jaar werd het instrument gekocht voor 650 Carolus guldens en op 5 en 6 mei door Nicolaus ten Grootenhuys en Garrit Jegerink met een kar en twee wagens opgehaald en in de kerk gelegd.

 

Op 15 augustus arriveerde een zekere Johan Ridick of Redeck, orgelmaker uit Wesel, met een knecht in Dinxperlo om het orgel te plaatsen. Op 25 augustus was het werk gereed. De notulen van 6 september 1716 vermelden , dat op 30 augustus het orgel in gebruik werd genomen en “met de volle Registers daarop den CL Psalm voor de predikatie andermaal gespeeld (werd), alles met groot genoegen soo van de gehele Gemeente van Dinxperlo als leeden van de Kerkeraad aldaar…..”

Het was een gebruikt orgel dat men in Dinxperlo in 1716 kocht. In 1705 was het gebouwd voor de Evangelische Kirchengemeinde Rheinberg, toen genaamd Gereformeerde of Evangelisch Gereformeerde Gemeente, door de orgelbouwer Heinrich Velderhoff uit Schermbeck. Het contract is bewaard gebleven van dit uitzonderlijk gedisponeerde orgel:


".....1. Praestant gross      8 Fuss

       2. Hollpfeife             8 Fuss

       3. Trompett               8 Fuss gehalbiert

       4. Oktav                    4 Fuss

       5. Fleut                     4 Fuss

       6. Quint                    3 Fuss

       7. Sup. Oktav           2 Fuss

                                        und die Halbscheidt verduppelt auf 4 Fuss

                                        (dit betekent, dat naast de octav 2' op dezelfde

                                        sleep ook nog, in de discant, een 4' was 

                                        aangebracht)

       8. Mixtur                  3 Pfeifen dick und die andere Halbscheidt 4 Pfeifen

                                        dick

                                        (dwz een mixtuur, in de bas 3 sterk en in de 

                                        discant 4 sterk)

       9. Sesquialter           2 Pfeifen dick 1 1/2 Fuss 

                                        (dwz een doorlopende sesquialter beginnend op 

                                        1 1/2 voet en later repeterend)

       10. Cornet                3 Pfeifen dick eineinhalb Register

                                        (dwz discant-register)

       11. Oktav                 4 und 8 Fuss ein halb Register

                                       (dwz op dezelfde sleep, in de discant, een 8'en 4'

                                       register in prestantmensuur)

       12. Quint und Suboktav ein halb Register

                                       (dwz evenals bij het vorige register een quint 3'

                                       en Octaaf 2' op dezelfde sleep in het discant)

       13. Tremulant

       14. Ein anhangende Pedael...."

Het orgel moet tot 1830 wanneer het omgebouwd en vergroot wordt door de uit Deventer afkomstige orgelbouwer Carl Friedrich August Naber, geen of geringe wijzigingen hebben ondergaan.

Uit het contract met Naber blijkt, dat deze het oude orgel gebruikt om een 2-klaviersorgel te bouwen. Hiertoe gebruikt hij, ook voor het tweede klavier, het positief, heet grootste gedeelte van de pijpen van de hierboven genoemde uitzonderlijke en zeldzaam voorkomende verdubbelingen. De plaatsen waar deze pijpen hebben gestaan, zijn nog aan te wijzen, want Naber behield o.a. de oude laden en de roosters. De oude kas werd vergroot. 

De kas werd vergroot met een boel frontpijpen 'alleen voor het oog dienende'. Dit gebeurde in die tijd vaker, om ruimte te scheppen om in de toekomst wellicht nog eens uit te breiden. Waarschijnlijk heeft Naber dit in Dinxperlo nooit in gedachten gehad, zeker niet met de pedaaltorens, dit blijkt uit de gehele constructie.

Op het klankbord van de zich onder het orgel bevindende kansel plaatste men een aantal groepen houten imitatiepijpen, die vanuit de kerk de indruk maken van een rugwerk van heel bijzondere vorm. Ook zijn er dus 'pedaaltorens', eveneens met pijpen, geleverd door de timmerman die de kas maakte. Het lijkt erop dat al deze imitatiepijpen eerder werden geplaatst voor de nodige pracht en praal, dan om de mogelijkheid te hebben in de toekomt uit te breiden.

Al met al heeft deze restauratie, door Naber uitgevoerd, een jaar geduurd en het werk was van zo'n omvang dat het orgel 'Naber-orgel' ging heten, hoewel er veel materiaal van het oorspronkelijke orgel is behouden (waarmee het tot de oudste orgels uit de regio behoort).

Over de uitbreiding van de dispositie en het gebruik van het pijpwerk blijkt het volgende uit het contract:

Manuaal
1.   Prestant 8 vt in front, drie torens met opgeworpen labia, gehele front
      met tinfoelie belegd.
2.   Holpijp 8 vt (oud)
3.   Fluit travers 8 vt discant, gemaakt uit de oude "Nazart" (dit zal de
      8 voet van het in het oude orgel onder 11 genoemde register zijn)
4.   Octaaf 4 vt (oud)
5.   Quint 3 vt (oud)
6.   Fluit 4 vt (oud)
7.   Octaaf 2 vt (oud)
8.   Mixtuur 2 vt 3-5 sterk. De oude sesquialter vervalt, de pijpen worden
      gebruikt voor de vergroting van de mixtuur.
9.   Trompet 8 vt bas
10. Trompet 8 vt discant
11. Windlozing

Posities
1.   Prestant 4 vt (nieuw)
2.   Gedekt 8 vt (nieuw)
3.   Prestant 8 vt (oud)
4.   Roerfluit 4 vt (nieuw)
5.   Gemshoorn 2 vt (nieuw)
6.   Cornet 3 sterk (oud)

Het oude klavier had oorspronkelijk een omvang van C,D tot c'''.
De nieuwe klavieren krijgen nu een omvang van C tot f'''.
Ook het pedaalklavier wordt vernieuwd.
Bij de 3 bestaande blaasbalgen komt nog een vierde.

Bij de restauratie in 1975, uitgevoerd door Fa. Verschueren uit Heythuysen, werd deze toestand als uitgangspunt aangehouden. Enkele latere, slecht gemaakte toevoegingen werden verwijderd. Verdwenen registers, zoals de gemshoorn 2' en de door een fabrieksmatige vervangen trompet 8' werden weer in oorspronkelijke makelij aangebracht; op een door Naber niet met pijpwerk voorziene sleep werd een wellicht door deze orgelbouwer geplande Flageolet 1' geplaatst.

In plaats van de later aangebrachte mixtuur werd weer een in samenstelling en mensuren bij het pijpwerk passende vervaardigd.

De windladen werden hersteld, evenals de mechaniek. Beschadigde pijpen werden gerepareerd. Een in 1895 door de orgelbouwer Schwarze toegevoegde Subbas 16', welke van een pneumatische bediening was voorzien, werd verwijderd. Hiervoor in de plaats kwam een passender Subbas 16' (enige vrije pedaalregister), die nu plaats kon vinden binnen de orgelkas, met een klassieke mechanische tractuur.

De firma Verschueren heeft het orgel nog altijd in onderhoud en heeft in maart 2004 een schoonmaak/opknapbeurt uitgevoerd. Het orgel is schoongemaakt, daar waar nodig geplakt, pijpwerk is hersteld (vooral ingezakte voeten), abstracten vervangen en het geheel is opnieuw afgesteld, geïntoneerd en gestemd. En net als in 1975, kunnen we ook nu weer zeggen dat het orgel weer straalt in dezelfde luister als in 1831. 

(tekst deels overgenomen van H. van Os en W. R. Talsma)

 
< Prev   Next >